Jan Raas, geboren in Heinkenszand, op 8 november 1952, voormalig Nederlands beroepswielrenner en succesvol ploegleider. Jan Raas was in de periode van 1975 tot 1985 actief als professioneel wielrenner. Raas was misschien wel de grootste Nederlandse ‘eendagsrenner’ aller tijden.

Naast dat was hij als wielrenner de baas in het peloton. Dit deed hij zo overtuigend dat hij beslist in het rijtje hoort van grote namen zoals Fausto Coppi, Jacques Anquetil, Rik Van Looy, Eddy Merckx, Bernard Hinault en Lance Armstrong. De overwinningen van Jan Raas waren vaak groots en meeslepend en zijn gezag was ongeëvenaard. Uit woede reed hij altijd het best, als hij goed kwaad was, was hij door niemand te stoppen.

Na zijn profcarrière als wielrenner werd hij in 1985 ploegleider, na zo’n schitterende carrière als wielrenner zit je dan toch altijd met jeukende benen achter de schermen. Eenmaal aan wal merkte hij dat zijn renners toch net niet konden wat hij kon en toen realiseerde hij zich ook dat hij daar niets aan kon veranderen. Maar dit stond hem natuurlijk niet in de weg om als coach vele malen zijn renners op z’n Raas naar grote successen te leiden.

Al was hij een van Nederlands grootste wielrenners bereikte hij toch het hoogtepunt van zijn carrière toen hij door Rabobank in staat werd gesteld het totale Nederlandse wielrennen weer aan de top te brengen. Zijn aandeel was geleverd en het era van Raas is misschien wel de belangrijkste periode geweest in de Nederlandse wielergeschiedenis.

Een kort overzicht van de hoogte en diepte punten in zijn carrière

Raas blonk vooral uit in de klassiekers, dat was zijn specialiteit. Hij won totaal veertien klassiekers in zijn carrière. De Amstel Gold Race won hij vijf keer, dit leverde hem de bijnaam Amstel Gold Raas op. In 1979 werd hij in Valkenburg wereldkampioen op de weg. Samen met Joop Zoetemelk en Gerrie Knetemann deelt hij het Nederlands record Tour-etappe overwinningen, totaal tien stuks. Al heeft Jan Raas de tour maar twee keer uitgereden, in 1976 en in 1978, hij heeft toch menige prestaties geleverd tijdens de vele tours die hij gereden heeft.

Voordat Raas professioneel wielrenner werd, behaalde hij al successen bij de amateurs, hij werd bijvoorbeeld Nederlands kampioen in 1973 en won menige ritten in Olympia’s Ronde door Nederland.

Zijn carrière als professioneel wielrenner begon officieel in 1975, toen tekende Raas een contract bij de, later befaamde, Raleigh ploeg van Peter Post. Daar heeft hij het twee seizoenen uitgehouden totdat hij onenigheid kreeg over zijn positie in de ploeg. Hij wilde namelijk een beschermde rol in de klassiekers, maar Peter Post wilde hem dit niet toekennen. Raas reed in de Raleigh ploeg zijn eerste tour uit in 1976. daar werd hij 83ste, met uren achterstand op winnaar, Van Impe.

Na twee seizoenen bij de Raleigh ploeg ging hij rijden voor de Frisol/Gazelle proeg. Daar bewees hij zichzelf meteen met overwinningen in Milaan-San Remo, de Amstel Gold Race en een etappe in de Ronde van Frankrijk

jan raas wereldkampioenToen Frisol stopte als sponsor aan het eind van het seizoen, keerde Raas in 1978 toch weer terug bij zijn oude ploeg. In dat era boekte de Raleigh ploeg grote successen, onder andere door de bijdrage van Raas, die niet alleen zelf veel successen boekte, maar ook een belangrijke bijdrage leverde bij zeges van ploeggenoten, zoals Henk Lubberding en Leo van Vliet in de Gent-Wevelgem, respectievelijk in 1980 en 1983.

In 1978 reed Jan Raas een opmerkelijke Tour de France in een, zoals hij zelf stelde ‘makkelijke’ Ronde. Deze tour eindigde hij 24ste. Hij had dit maal niet eens een uur achterstand op winnaar Hinault en werd ook nog vierde in het puntenklassement. In Leiden won hij de proloog, maar Raas mocht na afloop de gele trui niet aantrekken als klassementsleider. Felix Levitan, de tourdirecteur van toen, besloot de uitslag van de proloog niet mee te laten tellen voor het klassement, omdat de regen het parkoer te gevaarlijk gemaakt zou hebben. Deze uiterst merkwaardige beslissing van de tourdirecteur, die er anders niet over peinsde renners onder de zwaarste omstandigheden de zwaarste parkoers af te laten leggen, viel niet in goede aarde bij Raas. Later bleek ook nog dat de werkelijke reden voor zijn beslissing te maken had met onenigheid tussen de tourdirectie en de plaatselijke organisatie over de afdracht van sponsorgelden.

Raas zijn meesterlijke sprint in St. Willibrord (1978) was een explosie van kracht en boosheid. In Leiden, een dag eerder, had hij voluit gereden in de proloog. Toen Lévitan en Goddet doodleuk verkondigden dat de uitslag geannuleerd werd, ontplofte Raas. Een dag later sloeg hij zijn stuur bijna doormidden en terwijl hij won en riep hij in alle boosheid: ‘de Tour mijn kloten kon kussen als het om die gele trui ging’. Peter Post moest zijn renner in alle tonen toespreken om toch die trui aan te doen.

Ook de daaropvolgende twee dagen behield hij de leiderstrui. Een andere opvallende prestatie die hij neerzette die tour was in de 10e etappe naar Pau. Hier werd de beruchte berg de Marie-Blanque beklommen. In tegenstelling tot de verwachting kwam Raas in de eerste groep van 36 renners mee en werd zelfs derde in de rituitslag. Henk Lubberding won die rit. Raas reed in 1978 een geweldig jaar, dat valt niet te betwisten. Dit zelfde jaar behaalde hij ook de 18e plaats in de klimtijdrit naar de Puy de Dôme over 52,5 km.

Na deze jaren kreeg hij het naar eigen zeggen ‘in de rug’ en toen werd klimmen een ware marteling voor hem. Vlakke etappes waren geen probleem, die won hij nog regelmatig, maar bergen waren funest.

Toch zette hij in de Ronde van Frankrijk de snelste tijd neer voor een bergbeklimming die in het parkoer zat, dit leverde hem in 1982 één dag de bolletjestrui van het bergklassement op.

In 1983 lag Raas wederom overhoop met Peter Post, ditmaal was het over, hij stapte op en begon voor zichzelf. Een groot deel van de renners ging met hem mee. Hij formeerde een nieuwe ploeg met de wielrenners die met hem mee waren gegaan, voor de ploeg werd een nieuwe sponsor gevonden genaamd: Kwantum Hallen-Yoko.

Jan Gisbers en de Belg Guillaume Driessens werden in eerste instantie geworven als ploegleiders. Tijdens de  Milaan-San Remo race in 1984 maakte Raas een val, dit betekende het einde van zijn carrière als wielrenner: hij kwam nog wel terug, maar heeft nooit meer op het niveau gezeten als voor zijn val. Ondanks de hoge verwachtingen over de ploeg, bleef succes voorlopig nog uit. Dit leidde tot interventie van de sponsor die Driessens en Gisbers in het voorjaar van 1985 vervingen voor Raas zelf, hij was nu zelf de ploegleider.

Hij was meteen succesvol als ploegleider, renners zoals bijvoorbeeld Adrie van der Poel, Gerrit Solleveld, Jelle Nijdam en Jean-Paul van Poppel behaalden overwinningen in zowel klassiekers en Tour-etappes. In 1990 begon zijn succes echter te minderen, onder andere door gebrek aan nieuwe talentvolle aanwas vanuit de ‘amateur scene’. Sponsors begonnen Dit leidde ertoe dat ook sponsoren hun belangstelling voor de ploeg verloren.

Menig ander Nederlandse ploegleider in die periode moesten om die reden noodgedwongen stoppen (Post, Gisbers), Raas slaagde er echter in opnieuw een sponsor te vinden, wel te verstaan, de Rabobank. Desondanks de schitterende resultaten, werd de sponsor eind 2003 toch ontevreden over de ploeg en werd Raas op een zijspoor gezet. Dit leidde tot een haatrelatie met de Rabobank die hij niet meer bij naam wenst te noemen.