Vooral bij het zwemmen en wielrennen was Nederland deze maand zeer succesvol. Sharon van Rouwendaal had daar met drie Europese titels én een zilveren medaille in het open water een belangrijke bijdrage aan.

Hetzelfde geldt voor Femke Heemskerk, die vier keer zilver pakte bij het langebaanzwemmen en in Glasgow aantoonde weer helemaal terug te zijn na de teleurstellende Olympische Spelen van 2016.

Op de EK wielrennen verzamelde Nederland liefst veertien medailles. Dat komt vooral dankzij de belangrijke oogst op de baan, waar liefst acht medailles (vijf goud en drie brons) werden gepakt. Ook bij het wielrennen op de weg (Ellen van Dijk) en het BMX (Laura Smulders) eindigden Nederlanders op de hoogste trede van het podium.

Zilver en brons voor Schippers

Bij de EK atletiek veroverde de Nederlandse ploeg acht medailles. Dafne Schippers eiste het zilver op de 200 meter en het brons op de 100 meter voor zich op en pakte met de estafetteploeg zilver op de 4×100 meter. Sifan Hassan zorgde op de 5 kilometer voor het enige Nederlandse goud in Berlijn.

Bij de EK turnen waren het vooral de vrouwen die indruk maakten. Sanne Wevers veroverde goud op het onderdeel balk en had met haar team in de landenfinale ook al op knappe wijze brons veroverd.

De mannen plaatsten zich verrassend niet voor de teamfinale bij het turnen en alleen Epke Zonderland mocht voor de medailles strijden op een individueel nummer. De Fries pakte zilver in de rekstokfinale.

Alleen op het EK golf ontbraken de Nederlanders en bij het EK triatlon werden geen medailles gepakt. In Glasgow en Berlijn werd voor het eerst een gezamenlijk EK georganiseerd.

Overzicht Nederlandse medailles:

Atletiek (8 medailles): Sifan Hassan (goud op 5 kilometer), Susan Krumins (zilver op 10 kilometer), estafettevrouwen (zilver op 4×100 meter), Dafne Schippers (zilver op 200 meter en brons op 100 meter), Jamile Samuel (brons op 200 meter), Lisanne de Witte (brons op 400 meter, estafettemannen (brons op 4×100 meter).

Baanwielrennen (8 medailles): Kirsten Wild (goud op scratch en omnium), Matthijs Büchli (goud op tijdrit), Jeffrey Hoogland (goud op sprint), teamsprinters (goud), Sam Ligtlee (brons op tijdrit), Harrie Lavreysen (brons op sprint), Kirsten Wild/Amy Pieters (brons op madison).

BMX (1 medaille): Laura Smulders (goud).

Openwaterzwemmen (6 medailles): Ferry Weertman (goud op 10 kilometer), Sharon van Rouwendaal (goud op 5 en 10 kilometer en zilver op 25 kilometer), gemengde estafetteploeg (goud in landenwedstrijd), Esmee Vermeulen (brons op 10 kilometer).

Roeien (7 medailles): Lichte vrouwendubbeltwee (goud), Holland Acht (zilver), vrouwendubbeltwee (zilver), vrouwentwee-zonder (zilver), lichte mannendubbelvier (brons), vrouwendubbelvier (brons) en de vrouwen acht (brons).

Schoonspringen (1 medaille): Celine van Duijn (10-metertoren).

Turnen (3 medailles): Sanne Wevers (goud op balk), Epke Zonderland (zilver op rekstok), vrouwen (brons in landenwedstrijd).

Wielrennen (4 medailles): Ellen van Dijk (goud op tijdrit), Mathieu van der Poel (zilver in wegwedstrijd), Marianne Vos (zilver in wegwedstrijd), Anna van der Breggen (zilver op tijdrit).

Zwemmen (5 medailles): Femke Heemskerk (zilver op 100 en 200 vrij), estafettevrouwen (zilver op 4×100 vrij), gemengde estafetteploeg (zilver op 4×100 vrij), Ranomi Kromowidjojo (brons op 50 vrij).